Portretfoto van freshheads directeur Wout Withagen

Wout Withagen

Digitale soevereiniteit en composable architecture: waarom flexibiliteit belangrijker wordt

Platformen
Replatforming
Platformiseren

Tijdens Emerce Talks ging ik in gesprek over digitale soevereiniteit en composable architecture. Wat mij daarin opviel, is hoe vaak organisaties in dezelfde situatie terechtkomen: ze willen sneller bewegen en nieuwe technologie inzetten, maar raken tegelijk steeds verder verweven in hun huidige systemen en leveranciers. In dit artikel deel ik hoe ik daar naar kijk en wat ik in de praktijk zie bij organisaties.

Veel organisaties willen sneller kunnen bewegen. Nieuwe technologie inzetten, experimenteren met AI en tegelijkertijd grip houden op hun digitale landschap. Dat klinkt logisch. Maar in de praktijk zie ik vaak iets anders gebeuren.

Systemen groeien aan elkaar vast. Kleine wijzigingen kosten veel tijd en overstappen naar andere software voelt bijna onmogelijk. Daardoor wordt het ook lastiger om te reageren als omstandigheden veranderen of als je minder afhankelijk wilt worden van bepaalde leveranciers. En juist die vraag speelt steeds vaker. Organisaties kijken kritischer naar hun afhankelijkheid van Big Tech en vragen zich af: hoe flexibel zijn onze systemen eigenlijk nog? Precies daar komen digitale soevereiniteit en composable architecture bij elkaar. Want als je keuzevrijheid wilt houden, moet je je digitale landschap ook zo inrichten dat je kunt veranderen wanneer dat nodig is.


Wat bedoelen we met digitale soevereiniteit en composable architecture?

Digitale soevereiniteit gaat over de vraag hoe afhankelijk je bent van grote, vaak Amerikaanse technologiebedrijven. Steeds meer organisaties kijken kritisch naar die afhankelijkheid en onderzoeken of er Europese alternatieven zijn voor de software en diensten die zij gebruiken. Composable architecture is een manier om daarmee om te gaan.

Het betekent dat je je digitale platform opbouwt uit losse onderdelen die je met elkaar laat samenwerken. Je bent niet afhankelijk van één grote oplossing, maar combineert verschillende systemen en diensten.

Het idee is simpel: als iets verandert of wegvalt, kun je een onderdeel vervangen zonder dat je hele platform opnieuw gebouwd hoeft te worden.


Het probleem zit niet alleen in je kantoorsoftware

Als we het hebben over digitale soevereiniteit, gaat het vaak over de cloud en de vraag waar data wordt opgeslagen en verwerkt. Maar in veel organisaties zit het veel breder. Je digitale platform bestaat vaak uit een mix van systemen en koppelingen. Denk aan e-maildiensten, betaaloplossingen, CRM-systemen, marketingtools of andere software die direct of indirect je dienstverlening ondersteunt. Die systemen staan met elkaar in verbinding en wisselen continu gegevens uit. En dat werkt goed, zolang alles blijft draaien.

Maar wat als een leverancier besluit om te stoppen met zijn dienst in een bepaalde regio? Of als externe factoren ervoor zorgen dat je tijdelijk geen toegang meer hebt tot een cruciale oplossing? Dan merk je hoe afhankelijk je echt bent geworden.


Waarom composable architecture dan helpt

Composable architecture helpt organisaties om de risico's van afhankelijkheid te verkleinen. Door je platform op te bouwen uit losse, goed samenwerkende onderdelen, wordt het eenvoudiger om een oplossing te vervangen als dat nodig is. Verandert regelgeving? Stopt een leverancier met zijn dienstverlening? Of wil je overstappen naar een Europees alternatief? Dan hoef je niet je hele platform opnieuw in te richten. Je bouwt daarmee flexibiliteit en keuzevrijheid in je digitale landschap. En juist dat maakt composable architecture een belangrijk onderdeel van digitale soevereiniteit.


De servicelaag als praktische vertaling

In de praktijk werk ik vaak met wat je een servicelaag kunt noemen. Dat is een laag tussen je systemen in. In plaats van dat applicaties direct met elkaar praten, loopt alles via één centrale laag. Dat lijkt een technisch detail, maar het maakt een groot verschil. Je hoeft integraties namelijk maar één keer te bouwen. En als je later van systeem wisselt, hoef je niet alles opnieuw te koppelen. Het lijkt een beetje op een stekkerdoos: alles sluit je aan op één punt, in plaats van losse verbindingen door het hele huis.


Wat dat oplevert

Voor organisaties die met veel systemen werken, levert dat drie dingen op:

Meer flexibiliteit in je keuzes
Je bent minder afhankelijk van één leverancier. Je kunt makkelijker wisselen van tools zonder je hele landschap opnieuw op te bouwen.

Meer grip op data
Data zoals klantgegevens, transacties en documenten blijven beter beheersbaar. En belangrijker: het blijft duidelijk van jou als organisatie.

Ruimte om te experimenteren
Nieuwe tools kun je eenvoudiger testen. Bijvoorbeeld AI-oplossingen of matchingtools. Werkt het niet? Dan haal je het weer weg zonder grote impact.


Tot slot

De discussie over digitale soevereiniteit gaat vaak over afhankelijkheid van grote techbedrijven. Maar in de praktijk gaat het over iets anders: hoe je je digitale landschap zo inricht dat je kunt blijven bewegen. Composable architecture helpt daarbij. Niet als doel op zich, maar als manier om flexibiliteit in te bouwen.

Tijdens Emerce Talks ging ik hierover in gesprek met Julia Krauwer (ABN AMRO), Jaap Kooij (Empathy Lab en EPAM) en Krijn Schuurman (host Emerce Talks). We spraken over digitale soevereiniteit, composable architecture, Buy, Belong en Build en de rol van AI in het sneller testen van nieuwe oplossingen.

Bekijk hier de volledige video op Emerce Talks.