Onderschatten we massaal de impact van digital design?

debat
Op dinsdagavond 25 oktober organiseerden wij in MU Artspace in Eindhoven in het kader van de Dutch Design Week 2016 het debat 'Onderschatten we massaal de impact van digital design?'. Filosoof en ingenieur Willem van de Ven deed voor ons verslag.

Zijn we onszelf voldoende bewust van de impact van de producten en diensten die we ontwerpen en het daaraan gekoppelde gebruik van data? Hebben we wel voldoende oog voor de ‘downside’ van digital design? En hoe prikken we door de ‘bullshit’ heen die rondom digital design hangt?

Een handvol vragen die niet alleen aanleiding waren voor het organiseren van het debat over de impact van digital design, maar ook bedoeld zijn als een moreel appèl op de creatieve industrie en haar ontwerpers. Insteek was dan ook om met elkaar, als vakgenoten en geïnteresseerden, na te denken over wat de (onbedoelde) gevolgen zijn van de producten en diensten die dagelijks voor klanten en/of de eigen organisatie worden gemaakt. Ons doel? Zorgen dat we met meer bewustzijn weer aan de slag gaan.

Het was goed om te zien dat het debat volledig ‘uitverkocht’ was en zo’n honderd man hun weg wisten te vinden naar MU Artspace in het hart van Strijp-S. Dit dankzij het interessante panel, bestaande uit:

  • Arjan van den Born, hoogleraar creatief ondernemerschap en academisch directeur van het onlangs opgerichte Jheronimus Academy of Data Science.
  • Catholijn Jonker, hoogleraar kunstmatige intelligentie aan de TU Delft (met als ‘sidekick’ haar hond Eppie).
  • Joost Heijthuijsen, voormalig directeur van Incubate Festival, manager bij het Cairo Liberation Front en schrijver.
  • Evert Hilhorst, strateeg en interactieontwerper bij Freshheads.
  • Wout Withagen, gastheer en sidekick.

panel2

Onder de bevlogen leiding van avondvoorzitter Tim Haarlemmer werd het publiek opgewarmd met de ‘bullshit bingo.’ Staan of zitten betekende eens of oneens. Het publiek werd gevraagd te reageren op de mogelijkheid van teleportatie, alleen nog geprint vlees eten, het delen van hersencapaciteit, het hoofdzakelijk verblijven in de virtuele wereld en het einde van fysieke banken door blockchain technologie. Na reacties uit het publiek, was het tijd om ook het expertpanel aan het woord te laten. Aan de hand van drie hoofdthema’s – markteconomie, privacy en mensheid – ieder geïntroduceerd met een introductievideo ontvouwde het debat zich van introspectie in de eigen industrie tot een discussie op metaniveau over de relatie tussen digital design en menselijke waarde(n).

Markteconomie

In het eerste deel over markteconomie werden termen als ‘disruptive innovation’, ‘deeleconomie’ en ‘service design’ aan de kaak gesteld. Zoals Joost Heijthuijsen wist uit te leggen, zijn dit soort termen in eerste instantie descriptief, ze beschrijven een fenomeen. Maar wat door het panel als problematisch werd gezien is dat deze termen steeds meer prescriptief worden gebruikt. Evert Hilhorst: ‘Klanten komen bij ons met het idee hun markt te ‘disrupten’. Disruptie is dan het doel op zichzelf. Het gevaar dat hierin schuilt is dat er geen oog is voor eventuele negatieve gevolgen voor, bijvoorbeeld, de samenleving.’ Het is een ontwikkeling, zoals hoogleraar Catholijn Jonker ‘disruptive innovation’ ook wel definieerde, die een verandering van een manier van leven veroorzaakt.

Als één van de deelstellingen verscheen ‘de deeleconomie verbetert onze maatschappij’ op het scherm. Volgens Van den Born zijn er twee gevaren als je het hebt over de deeleconomie: een netwerk- of deeleconomie kan monopoliseren en, zoals ook Heijthuijsen benadrukte, richt het zich voornamelijk op individuen. Een gevolg daarvan kan zijn dat belangrijke sociale elementen worden genegeerd. Denk bij Airbnb aan het probleem dat toeristen gewone woonwijken overspoelen en daar de sociale cohesie onder druk zetten. Het zwaartepunt in de discussie lag, verwijzend naar Wout’s introductie, op het feit dat digital design vaak met de beste bedoelingen wordt ingezet, maar er nog onvoldoende begrip is van de impact die het heeft. Nog te vaak nog wordt er te optimistisch gekeken naar de positieve effecten van een ‘disruptive’ ontwerp en worden de negatieve effecten onvoldoende onderkend.

Privacy

Het afstaan, verkrijgen en gebruiken van (big) data. Wat vinden we daarvan? Aan de hand van schurende stellingen als ‘De voordelen van innovatie wegen op tegen de nadelen van het inleveren van privacy’ én ‘In het publieke domein moet Big Data gebruikt worden om beslissingen te maken’ werden de meningen getoetst. De stemming was gemengd. Voorstanders zien het afstaan van data vooral als een eigen keuze. Het helpt bedrijven en instanties in de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. Tegenstanders vinden het vooral bezwaarlijk dat ze weinig tot geen zeggenschap meer hebben over de gegevens die ze afstaan en er dus ook ongewenst gebruik van wordt gemaakt. Ook de meningen in het expertpanel waren gemengd. Hoogleraar Van den Born ziet het positieve in o.a. de democratisering van kennis die het delen van informatie heeft bewerkstelligd. Heijthuijsen wijst op de omkering die plaats heeft gevonden in de waardering van data: het kost geen geld meer om het te verkrijgen en te delen, het levert juist geld op. Het gevaar dat hij daarin ziet is dat de zelfbeschikking over de eigen persoonlijkheid en identiteit in het gedrang komt. ‘Als mens wordt je gedefinieerd door de dingen waar je niet voor betaald wordt.’, aldus Heijthuijsen.’ Volgens Hilhorst zijn grote bedrijven tot nu toe redelijk goed omgesprongen met de digitale sporen die door ons zijn achtergelaten, maar de vraag is of dit in de toekomst ook nog verwacht kan worden.

Eigenaarschap van persoonlijke data en regulering van én verantwoording over het gebruik van data worden door het panel gezien als de belangrijkste vraagstukken voor de toekomst. ‘We gebruiken big data niet, maar big data gebruikt ons’, gaf Heijthuijsen ons als doordenker nog mee.

debat3

Mensheid

Het derde en laatste thema, ‘de mensheid’, besprak wellicht de meest vooruitstrevende maar ook confronterende discipline in digital design, namelijk artificial intelligence. De stelling bij dit onderwerp luidde: ‘Ontwikkelingen in Artificial Intelligence moeten nu al gelimiteerd worden.’ Na het introfilmpje en op aangeven van Wout Withagen bleef de discussie in eerste instantie hangen in de definitie van kunstmatige intelligentie. Jonker en Van den Born definiëren twee vormen; intelligente zelflerende systemen en een intelligent autonoom ‘evenbeeld’ van de mens. De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie zit vooral nog op het niveau van zelflerende systemen en de vraag die ook door Jonker wordt gesteld is of we werkelijk autonoom opererende ‘evenbeelden’ willen hebben. Daarmee komt in het debat ook de ethische dimensie, na al sluimerend aanwezig te zijn, nu écht naar voren. Limitering van kunstmatige intelligentie gaat er volgens de panelleden vooral om dat enerzijds de ontwikkelaar kan verantwoorden wat het systeem doet, alsook dat het systeem zelf verantwoording kan afleggen over haar handelen. Niet alleen ethische verantwoording, maar ook juridische. Ofwel, een intelligent systeem kan door de maatschappij ter verantwoording worden geroepen. Ook in deze discussie komt wederom een appél op regulering door de overheid of gedelegeerde instanties. Hoe anders kan de burger het vertrouwen geven aan in deze voor haar complexe en onoverzichtelijke systemen?

Missie geslaagd
De avond in MU begon met de wens om gezamenlijk na te denken over de verantwoordelijkheid die we hebben als ontwerpers en ons bewust te zijn van de macht die we hebben om het verschil te kunnen maken. En dat is zeker gelukt. Met als bijzondere uitkomst dat het een debat werd met een diepere ethische laag waarin de impact van digital design voor de mensheid ook uitvoerig aan bod kwam. De aanwezigen én de panelleden, kregen die avond voldoende stof tot nadenken mee naar huis en gingen de volgende dag een stuk bewuster weer aan het werk. Missie geslaagd.

Gelukkig hebben we de foto's nog!

Check ze op Facebook!

Meer weten?

Shari Hubeek Communicatie & PR