Thingscon 2014: “Just because you can, doesnt mean you have to”

Onze heads en naamgenoten Evert en Evert reisden een maand geleden af naar Berlijn. Hier vond de allereerste editie van Thingscon plaats. Deze conferentie stond twee dagen volledig in het teken van The Internet of Things. De voorlopers op het gebied van Internet of Things kwamen samen op dit event om visies te delen en krachten te bundelen. De rode draad: de kansen en de mogelijkheden van the internet of things zijn eindeloos. Maar om echt waardevol te kunnen zijn in de maatschappij moeten toepassingen voortkomen uit echte behoeftes en problemen, en niet uit het feit dat het ‘kan’. Alleen als we echt relevante dingen maken, kunnen we de wereld veranderen.

Alexandra Deschamps- Sonsino, ontwerper van de Good Night Lamp, gaf een vlammend betoog over de zin en onzin van The Internet Of Things. Volgens haar is er van alles mis met The Internet Of Things. Waarom? Omdat er vaak producten ontwikkeld worden vanuit de technische mogelijkheden, in plaats van een specifieke behoefte. Zoals zij verwoordde: “Just because you can, doesnt mean you have to”. Ze gaf hierbij het voorbeeld van de inmiddels veel ontwikkelde conncected koelkast met touchscreen. Fabrikanten ontwikkelen deze koelkast omdat het kan, terwijl er geen specifieke behoefte aan vooraf lag. The Internet Of Things anno nu vergelijkt ze met de periode na de Tweede Wereld Oorlog. Een stortvloed aan (vaak onzinnige) keukenoplossingen werden bedacht, puur vanuit de technologie en niet omdat de vrouw hier zo op zat te wachten. Ook het voorbeeld van de connected keukenweegschaal is treffend. Het feit dat het ding met internet is verbonden voegt niet heel veel toe. Haar verklaring? “It is the result of white men designing stuff for women”, aldus Sonsino.

Ook Internet Of Things-goeroe Martin Spindler gaat hier in zijn keynote verder op in. Als voorbeeld gaf hij de slimme steden Masdar City en New Song- Do City, waar zware wegeninfrastructuren zijn aangelegd terwijl er eigenlijk helemaal niet veel auto’s rijden. Internetpionier Olivier Mével spreekt uit eigen ervaring als het gaat over initiatieven die niet direct goed aansluiten op de huidige behoeften van de gebruikers. De in 2006 door hem ontworpen Nabaztag bleek namelijk nog te ver zijn tijd vooruit te zijn. De Nabaztag is ook wel bekend als het WiFi konijn waarmee je je kon abonneren op allerlei nieuwsbronnen en vragen kon stellen omtrent het weer, inkomende e-mails of actuele koersen. Ondanks er 220.000 Nabaztags verkocht zijn is het bedrijf als snel failliet gegaan. De service bleek te duur en de onderhoudskosten te hoog. De boodschap is duidelijk: ontwerp geen producten alleen omdat het ‘kan’, maar omdat ze problemen oplossen en ons leven kwalitatief verbeteren.

Zowel Sonino als Mével pleiten voor de zogenoemde ‘calm technologies’. Het is de technologie waar het vooral draait om de simpliciteit van technologie, in plaats van complexiteit. Het zijn de connected producten die niet continu op de voorgrond draaien, maar alleen aanwezig zijn wanneer de gebruiker daar behoefte aan heeft. De door Sonsino ontworpen Good Night Lamp is hier overigens een prima voorbeeld van.

Betekenisvol zijn gaat niet niet over één dag ijs. En dat bevestigd Technisch Architect Usman Haque in zijn closing speech. Betekenisvol kun je alleen zijn als je de behoeften en problemen volledig doorgrond hebt. Onderzoek mag daarom nooit ontbreken. Want als je niet weet waar het probleem vandaan komt en wie het probleem ondervindt, is het ook niet oplossen. Door de juiste mensen te betrekken bij dit onderzoek leer je samen het probleem te begrijpen, en kun je vervolgens op zoek naar een waardevolle oplossing. ‘Making meaning’, zoals Haque dat mooi noemt. In zijn presentatie is Haque stellig tegen de huidige Big Data trend. Het feit dat straks alles te voorspellen is, is volgens Haque niets waard zonder draagvlak. En draagvlak creëer je door de maatschappij te betrekken in de weg naar de oplossing. Haque: “Together we can make decisions that impacy everybody.” Het feit dat een kledingwinkel ons straks kan vertellen dat we morgen blauwe schoenen gaan kopen, heeft geen enkele betekenis als wij niet weten waarom dit relevante informatie voor ons is.

Als voorbeeld gaf Haque de gebeurtenis rondom de kernramp in Fukushima, Japan (2011). De overheid was niet transparant over mogelijke gevolgen zoals de schadelijkheid van vrijgekomen stralingen. Een kleine groep Japanners besloot de touwtjes in eigen handen te nemen. De groep werd steeds groter en ging uiteindelijk met 100 man aan de slag. Met behulp van Arduino’s maakten ze eigen geigertellers en verzamelden ze data. De resultaten publiceerden zij vervolgens op de webservice Pachube. Deze web service maakt het mogelijk om realtime sensor-, energie- en milieu gerelateerde data, afkomstig van objecten, devices en gebouwen over heel de wereld, op te slaan, te delen en te analyseren. Samen hebben zij het probleem onderzocht en een oplossing kunnen creëren die betekenisvol is voor alle inwoners in Japan.

Nog een succesvol project, gerealiseerd met behulp van data werd gepresenteerd door Provenance. Middels Open Data, Linked Data en een API maken zij inzichtelijk waar producten en de gebruikte grondstoffen vandaan komen. Het productieproces wordt in kaart gebracht met de overtuiging dat eerlijkheid en openheid een must is in onze huidige maatschappij. Menig fabrikant heeft zich inmiddels aangesloten en bewijst dat het gebruik van open data kan leiden tot openheid en gedragsverandering.

Echter zijn er naast de mogelijkheden ook beperkingen, zo vertelde Alasdair Allen in zijn presentatie. Hij noemt The Internet of Things ‘gebroken’, en dat komt volgens hem doordat veel data nog gesloten zit in eigen protocollen en API’s. Hierdoor is het uitwisselen van data, en daar dus van leren niet altijd mogelijk. Ook bij Freshheads lopen we hier regelmatig tegenaan. We zijn dan ook van mening dat we inmiddels op het punt zijn gekomen dat we standaarden moeten gaan bepalen. Waar iedereen jaren geleden nog zelf de lijntjes aan elkaar knoopten, zijn er nu verschillende initiatieven die de drempel verlagen voor iedereen die creatief is. En het is hoogtijd dat developers hun kennis en ervaring bundelen.

Het vak van zowel de ontwerper als de developer wordt breder en de verantwoordelijkheid alsmaar groter. We proeven momenteel van alle mogelijkheden, en worden verleidt om gebruik te maken van alle technische mogelijkheden, gewoon omdat het kan. Echter zullen dit nooit de toepassingen worden die gedrag of levens veranderen. Het is de kunst om relevant te blijven in je ontwerpen en als traditionele interactieontwerper, webdesigner of productontwikkelaar over je eigen grenzen heen te stappen. Want alleen dat kunnen we waardevolle dingen ontwerpen die iets teweegbrengen in de wereld. Oftewel: Makers! Make things that matter!

Dit artikel is eerder verschenen op Frankwatching.com.

Meer weten?

Shari Hubeek Communicatie & PR