Wordt 2014 het jaar van ‘The Connected World’?

The Internet of Things is ‘hot’. Steeds meer huis-, tuin- en keukenapparaten maken het leven een stuk makkelijker, gezonder, duurzamer of leuker. Tegelijkertijd genereren deze apparaten allerlei statistieken die op het World Wide Web terecht komen. Leuk om op je telefoon te kunnen zien hoeveel calorieën je vandaag tijdens het hardlopen verbrand hebt. Nog leuker is het om te zien hoe je het doet ten opzichte van andere hardlopers in jouw regio. Daarbij is het voor winkels die hardloopkleding verkopen interessant om op basis hiervan te kunnen bepalen waar ze hun volgende filiaal het beste kunnen openen. Maar hoe verzamelen we die gegevens? En hoe zorgen we ervoor dat wij, of andere partijen(!), er iets aan hebben?


The Programmable Web
“The Web 1.0 was readable, the Web 2.0 was social, now the Web is programmable” stelt de website van het Europese API event “Paris API Days” dat afgelopen december in Frankrijk werd gehouden. “Turn the API’s, Internet of Things and Data deluge into business fuel” vervolgt het. API staat voor ‘Application Programming Interface’ en is in feite niets meer dan een voor computers toegankelijke softwarelaag bovenop een applicatie, database of apparaat. Dit maakt het voor externe applicaties mogelijk om ‘in te pluggen’ en zodoende toegang te krijgen onder de voorwaarden die de API stelt. Zo geeft de API van Twitter een applicatie de mogelijkheid om een tweet te plaatsen en om tweets van een bepaalde gebruiker op te halen. De API van een moderne televisie kan het mogelijk maken om met je zelfgemaakte afstandsbediening te kunnen zappen, terwijl de API van Google Maps je logischerwijs niet in staat stelt om hun kaarten aan te passen.

Het enorm stijgende aantal connected devices zorgt voor een explosie aan API’s. Koelkasten, televisies, mobiele telefoons, tablets, alles moet met elkaar kunnen praten en alles moet ‘programmable’ zijn. Dat wil zeggen dat particulieren en bedrijven in staat moeten zijn om apparaten en data te kunnen gebruiken hoe zij dat willen. Zelfs hardware vormt tegenwoordig geen drempel meer voor de hobbyist. Spotgoedkope sensors, RFID- en NFC-technologie en microcomputers zoals Arduino en Raspberry Pi ontwikkelen zich in razend tempo en worden bijna maandelijks goedkoper en beter. Waar ik op mijn zevende met LEGO Technic speelde, zijn kinderen van die leeftijd nu in staat om het favoriete Star Trek fragment van papa en mama (waar bijvoorbeeld het licht aan of uit gaat door in je handen te klappen) zelf te programmeren.

Eigenlijk ontstaat er zo een soort crowdsourcing. Waarom zou een TV-fabrikant zelf nadenken over eventuele mashups en apps, terwijl deze de community middels een API ook de mogelijkheid kan geven om zelf met ideeën te komen en deze te realiseren? De tijd van ‘alles zelf willen doen’ is voorbij en dat is logisch aangezien de mogelijkheden oneindig zijn geworden. Om nog maar te zwijgen over de goodwill die je anno 2014 krijgt als je dingen ‘programmable’ maakt. Of beter gezegd; het slechte imago bij de community als je het niet doet.

Open Data
Terwijl onze smartmeters en televisies aankomend jaar petabytes (1PB = 1024 terabyte = 1048576 gigabyte) aan actuele meterstanden, kijkgedrag en allerlei andere informatie naar (API’s op) het web sturen, is er ook nog de opmars van open data. Steeds meer overheidsinstanties besluiten om gegevens via internet beschikbaar te stellen. Als dit op een bruikbare manier gebeurt (technisch gezien is een gratis toegankelijke plattegrond (pdf) ook open data), biedt dit ontwikkelaars de mogelijkheid om dingen te doen met deze gegevens. Maar ook steeds meer particuliere instanties stellen hun data beschikbaar voor andere partijen. Als ik zelf geen app kan maken maar wel over gegevens beschik waar een willekeurige creatieve whizzkid iets fantastisch van kan maken, dan is het toch geweldig dat ik daar zelf niet in hoef te investeren? Om hier een zelfverzonnen oneliner aan toe te voegen: “Publish your data, sit back, and let the magic happen.”

Bruikbaar
Gegevens beschikbaar stellen kan, zoals gezegd, op verschillende manieren. Helaas is open data vaak amper of moeilijk bruikbaar. Als men wil dat er bedrijvigheid ontstaat en dat de pizzabestellingen voor whizzkids op zolderkamertjes aankomend jaar de pan uit rijzen, dan moet er wel wat gebeuren aan het aanbod van de betreffende gegevens. Het meest voor de hand liggend gebruik van open data zit in de ontwikkeling van apps en het verrijken van websites. Native apps, web apps, websites, mobiele websites, het maakt niet uit. In de development-wereld zijn er een aantal standaarden gevormd die definiëren of iets bruikbaar is of niet. De grote en gedreven developer communities blijven groeien omdat men van elkaar leert door elkaars libraries, frameworks en best practices over te nemen en continu te verbeteren. Zo is in bijna elke programmeertaal wel open source software beschikbaar om met REST API’s te kunnen praten en om het alom gerespecteerde output formaat JSON eenvoudig te kunnen presenteren. Dan moet je anno 2014 dus niet aankomen met een SOAP-koppeling die XML teruggeeft. Anderzijds mogen we in onze handjes knijpen als er überhaupt een webservice beschikbaar is, want veel open data wordt momenteel als niets meer dan een statisch CSV- of Excel-bestand aangeboden.

Linked Data
Volgens de uitvinder van het WWW, Sir Tim Berners Lee, is ‘Linked Data’ dé manier om data te ontsluiten. Door gegevens te beschrijven middels het ‘Resource Description Framework’ (RDF) krijgen gegevens context en betekenis. Hierdoor kunnen databronnen aan elkaar gekoppeld worden zonder dat de data haar context en betekenis verliest. Zo heb ik een collega die Evert heet, maar ken ik ook een andere Evert van de voetbalclub. Als ik het op zondagmiddag in de kantine over ‘Evert’ heb, weet iedereen wie ik bedoel. Als ik het in dezelfde kantine over mijn collega Evert heb, behoeft dat extra uitleg, namelijk ‘Evert, mijn collega’. Die extra uitleg (metadata) heeft een computer nodig om te kunnen begrijpen waar het nu eigenlijk over gaat en om relaties te kunnen leggen. Door data ‘linked’ te maken, geef je het context en betekenis waardoor het te koppelen is aan andere data. Hierdoor is je data beter bruikbaar en is het dus meer waard. In Nederland houdt het PiLOD initiatief zich bezig met het onderzoeken en promoten van de inzet van Linked Open Data.

The Connected World
Elke dag dragen steeds meer nulletjes en eentjes bij aan de big data revolutie. Naast het aantal connected apparaten dat gegevens het WWW opstuurt, groeit ook het aantal instanties dat iets met de eigen data wil doen en het publiceert – open of onder bepaalde voorwaarden. Door te investeren in het linked maken van data verbetert de kwaliteit en kan het gekoppeld worden aan andere linked datasets. Hierdoor komt er hele nieuwe informatie beschikbaar. Met het aanbieden van een goede API kunnen derden inpluggen en apps of andere toepassingen ontwikkelen met jouw data. Onlangs is JSON-LD, een voorstel om Linked Data te beschrijven in JSON formaat, officieel erkend door het W3C. Als je alles bij elkaar optelt kun je concluderen dat het niet lang meer duurt voordat alles, fysiek of digitaal, met elkaar in verbinding staat. Laten we dit jaar met zijn allen maar eens beginnen aan ‘The Connected World’, dan pas ik mijn oneliner aan:
“Connect your data, sit back, and let your API’s, Internet of Things and Linked Data turn into business fuel!”

Dit artikel is eerder verschenen op BlogIT.

Meer weten?

Dimitri van Hees